Eén lange laan langs water, bos en polder: ons dorp heeft een uniek en eigen gezicht
Vele landgoederen en meer dan 160 monumenten. Noordereinde en Zuidereinde vormen samen een lintdorp.Daardoor heeft ons dorp geen echte kern. Als er al een verbindende factor is, dan is dat de ’s-Gravelandsevaart, die parallel loopt aan de weg. Daaraan liggen de monumentale buitenplaatsen. Van de ‘rhodondendronvallei’ in het park van Gooilust en de 400 jaar oude eik van Hilverbeek tot de scheepsarchitectuur en de spiegelende gracht van Trompenburgh: samen met de witgepleisterde tuinmanswoningen, de oude ambachtshuisjes en de bakstenen tuitgevels van de diepe burgerhuizen geven die buitenplaatsen ons dorp zijn unieke gezicht.
De vaart markeert bovendien de grens tussen twee werelden. In het oosten het zand en de landgoederen, in het westen de plassen. En hoewel het vroeger ondenkbaar was, versmelt ons dorp aan die polderkant steeds meer met ons buurdorp Kortenhoef. De Smidsbrug was jarenlang een fysieke, maar vooral mentale grens: de Kortenhoefse muziekvereniging marcheerde tot de brug, waarna onze eigen muzikanten het overnamen. We voelden aan beide kanten een duidelijk klassenverschil tussen ons ‘notabelendorp’ en de tuinders en arbeiders aan de andere kant van het water. Hoewel die grens heel soms nog herkenbaar is, voelt het voor bijna iedereen nu als één dorp.
Maar laten we voordat we ons dorp van vandaag de dag verder beschrijven eerst inzoomen op onze geschiedenis. Want die is belangrijk om te begrijpen hoe wij zijn geworden wie wij zijn.
Ons dorp ontstond als een 17e-eeuws vastgoedproject dat arbeiders aantrok
Eigenlijk is ons dorp een uit de hand gelopen vastgoedproject. In 1625 kregen een aantal rijke Amsterdammers toestemming van de Staten van Holland om het gebied te verdelen en ontginnen. Ze verlootten 27 kaarsrechte kavels en gingen aan de slag. Het werd een race van rijkdom: de families waren vooral met elkaar bezig en probeerden hun buren telkens in te overtreffen. Status, erfenis en strategische trouwerijen waren hun belangrijkste focus.
Bij het onderhouden van hun paradijsjes, hadden ze hulp nodig. Onze voorouders kwamen het zware werk doen. We werden door de Amsterdamse heren binnengehaald. We waren grondwerkers, metselaars en blekers die de handen uit de mouwen staken. We bouwden onze eenvoudige huizen langs de weg en legden zo de basis voor het dorp van vandaag.
Langzaam veranderde de laan in een plek van twee uitersten. Dat had veel te maken met de inrichting van de weg. Op het Noordereinde vestigde zich vooral middenstanders, terwijl op het Zuidereinde de buitenplaatsen lagen tussen de wasserijen en arbeidershuizen van onze gewone gezinnen. Dat verschil werd heel tastbaar toen de notabelen hun stuk weg al vroeg netjes lieten bestraten, terwijl het Zuidereinde nog decennialang een onverharde weg was.
Van een verdeeld dorp kwamen we langzaam dichter bij elkaar
Die historische verschillen tussen notabelen en hardwerkende bewoners bepaalde ook na de oorlog nog lang onze samenleving. Dat werd versterkt door de verzuiling: we hadden de Hervormde Kerk op het Noordereinde (de ‘Kruiskerk’ in de volksmond, vanwege zijn vorm) en de Gereformeerde Kerk op het Zuidereinde. Maar ook al woonden we kriskras door elkaar en gingen we als buren goed met elkaar om, die gemeenschappen waren gescheiden werelden, met eigen winkels en aparte bruiloftsrecepties. Tussen ons en de omliggende dorpen boterde het minder goed: als protestanten gingen we niet om met de katholieke inwoners van Ankeveen en Kortenhoef.
Vanaf de jaren 60 begonnen de kerk en de rangen en standen in ons dorp veel minder belangrijk te worden. Dat leverde een zekere ontspanning op, maar tegelijkertijd kregen we een klap te verwerken: de wasserij-industrie stortte in. Onze blekerijen en arbeiderspandjes kwamen leeg te staan en verpauperden.
De verschillen tussen noord en zuid werden misschien nog wel het meest zichtbaar toen het verkeer veranderde, en steeds meer mensen een auto hadden. Op het Zuidereinde, dat direct aansloot op de weg naar Hilversum, was onze weg een stuk smaller. Vrachtverkeer denderde rakelings langs onze huizen, en wij trilden zo’n beetje van onze bank af. Onze huizen beschadigden en op zowel Noorder- als Zuidereinde was er veel overlast. En de weg nodigde uit tot (veel) te hard rijden. Zo werd het gevecht voor verkeersveiligheid een van de zaken die ons dichter bij elkaar brachten. Dat gevecht tegen het (vracht)verkeer op onze laan duurt nu al 60 jaar.
Maar toen de zuilen omvielen zijn we als inwoners veel dichter bij elkaar komen staan. En ons dorp is qua aangezicht ook verbeterd: de oude wasserijpanden zijn verbouwd tot moderne, mooie woningen.
We zijn trots op de natuur en ons dorp
Wat ons verder bindt? Wij wonen hier eigenlijk zonder uitzondering bewust voor de rust en de natuur. Op de kaart kun je het heel goed zien: negentig procent van ons dorp is groen. Dat proberen we ook echt zo te houden. Toen er een grasstrookje opnieuw werd ingericht kwamen we met 20 buurtbewoners om te helpen; samen hebben we het ingericht.
En het beschermd dorpsgezicht, natuurlijk. Daar zijn we allemaal trots op. Zoals het Trompenburgh, het voormalige Postkantoor, de Pastorie van de Hervormde Kerk en het oude Tolhuisje. Als bewoners doen we ons best om het een nog fijnere plek te maken. De bloemenbakken aan de lantarenpalen betalen en onderhouden we bijvoorbeeld samen.
Het 400-jarig bestaan van ons dorp in 2025 heeft ons echt bij elkaar gebracht. Bij de Smidsbrug, van origine het punt waar Noordereinde en Zuidereinde ‘botsten’, richten we een éénmalig dorpsplein op. Op dat plein traden lokale bandjes op en we organiseerden er samen met Kortenhoef de ’s-Graveland Uw Dorp-quiz. We lanceerden een gedetailleerd en rijk gedocumenteerd boek over onze historie, en konden eindelijk een kijkje nemen in een aantal van de normaal gesproken voor publiek gesloten buitenplaatsen. Er waren kunstexposities en historische avonden. En we sloten het feestjaar af met een grote Winter Fair bij het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten.
Wat we willen behouden en versterken
Het is hier, zoals in dorpen gebruikelijk, ‘ons kent ons’: we komen elkaar vaak tegen, bijvoorbeeld bij het uitlaten van de hond. Er zijn enkele bloeiende verenigingen die verschillende activiteiten organiseren. Maar omdat er geen plek is waar we allemaal makkelijk samenkomen, zoals een dorpshuis, is er minder vanzelfsprekend een gemeenschapsgevoel.
Het dorp voelt soms individualistisch: mensen wonen hier graag op zichzelf, in rust en ruimte. Maar daardoor is onze onderlinge verbinding afhankelijk van eigen initiatieven. Er is niet echt een traditie die stimuleert dat we elkaar opzoeken, waardoor ons dorp ook wat afstandelijk kan voelen. Vooral als je er net woont.
Niettemin zoeken we elkaar op in de ontmoetingsplekken die er zijn, en daarvoor gaan we net zo makkelijk naar Kortenhoef of Ankeveen. Er is steeds meer contact tussen onze dorpen.
Tegelijkertijd hebben we op kleinere schaal, gewoon als buren, veel contact met elkaar. En op de Jaarmarkt bij de Smidsbrug laten we zonder uitzondering allemaal ons gezicht zien. Ook bewoners uit andere dorpen komen hier graag op af. We kunnen een kop koffie of borrel drinken bij Café-Restaurant Brambergen, naast het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. En we zien elkaar langs de lijn, op de velden en in de derde helft in de kantine van SV ’s-Graveland.
Onze relatie met Kortenhoef is bovendien steeds hechter. De mensen achter de Tasjesbibliotheek (een kleine vrijwilligersbibliotheek) en Buurtkamer 3d in Kortenhoef wonen bijvoorbeeld allemaal in ’s-Graveland.
Ten slotte, we zeiden het al, willen we echt een oplossing voor het verkeer. We zien dat het vrachtverkeer er echt voor zorgt dat onze huizen scheuren vertonen en beschadigd raken.
Tot slot: ons advies aan de gemeente
Als je ons echt wilt helpen, doe dat dan door ons beschermd dorpsgezicht in ere te houden. Door de rust en ruimte te behouden. Neem onze verkeersproblemen serieus: een 30 km-zone willen wij al jaren. Behoud de dubbele bomenrij, en zorg ervoor dat we al onze monumenten in stand kunnen houden. Leefbaarheid is voor ons echt een van de belangrijkste thema’s, en daarin zijn dit cruciale onderwerpen.
Verder: faciliteer de initiatieven en voorzieningen die er in ons dorp al zijn. Het is fijn als je die eerst komt bekijken voordat je plannen voorstelt. Stel vragen, doe geen voorstellen voordat je ons hebt gevraagd hoe iets zou kunnen. En probeer voor zover mogelijk geen onnodige eisen te stellen rond de dingen die hier al jaren goed lopen. Maar vooral: laten we contact houden, neem ons serieus en luister naar onze ideeën. Respecteer onze kennis, gebruik die. Ga náást ons staan. Dan komen we er samen wel.
Kees van Oorschot
Wat ’s-Graveland voor mij bijzonder maakt? We zitten midden in de natuur. Omringd door prachtige natuurgebieden, het culturele erfgoed met oude Amsterdamse buitenplaatsen en hun tuinen, en de kerk van Stalpaert.
Ik woon aan de ’s-Gravelandsevaart; in de 17e eeuw gegraven om zand naar Amsterdam te transporteren. Aan de ene kant de buitenplaatsen, aan de andere kant de huizen van de mensen die vroeger voor de bewoners van die buitenplaatsen werkten. Je kunt hier zwemmen in de vaart, de Kortenhoefse en Loosdrechtse Plassen liggen vlakbij en tegelijkertijd liggen grote steden om de hoek. Eigenlijk is alles hier binnen handbereik.
Eigenlijk is alles hier
’s-Graveland is een lintdorp. Het is rustig wonen, wel veel doorgaand verkeer. Er zijn helaas nog maar weinig winkels, maar we hebben wel een bijzondere bakker en een paar goede restaurants. Ik ben trots op het feit dat we hier in vrede en met respect voor elkaar samenleven. En ik ben trots op de plek waar ik woon. Ons huis heeft een echte ’s-Gravelandse geschiedenis. Wat ik geweldig vind, is dat ik vroeger als Sinterklaas met de boot langs dit pand kwam en dat het te koop stond. En nu woon ik hier zelf.
Het is een buitengewoon genoegen geweest om na mijn werk in Hilversum door het Corversbos naar huis te fietsen. Of het nu regent, waait of de zon schijnt. Dan loopt er zomaar een ree langs het fietspad. Dat is luxe. Soms vergeet je bijna hoe bijzonder dat is.
Ik ben niet bang voor verandering, het houdt ons bij de les. Met de fusie hoop ik dat we in staat blijven om zonder angst te genieten van de voordelen die het kan brengen. Niet bang zijn, maar samen verantwoordelijk blijven voor het wijgevoel. Dat gevoel zie je hier duidelijk in ‘s-Graveland, bijvoorbeeld tijdens de jaarmarkt of de vroegere veemarkt met de feesttent. Ik hoop dat die verbinding groter wordt en dat we elkaar blijven vinden als het nodig is. Is er iets bij je buren, dan help je je buren. Is er iets in het dorp aan de overkant, dan help je de mensen daar.
Meer lezen?
Bekijk alle dorpscv's (pdf, 61.2 mb)
Bekijk de andere dorpscv's (tekst):