Dorps-cv Oud-Loosdrecht

Dit is Oud-Loosdrecht.

In onze aderen stroomt water en we zijn geworteld in het veen

Vrijdag, eind van de middag, het Pinksterweekend is begonnen. Met 26 graden is het zomers warm. Trillende lucht boven het asfalt, auto’s bumper aan bumper op de dijk, tevergeefs turend naar een parkeerplek. Boze toeterconcerten als iemand indraait waar een ander een gaatje zag, verhitte discussies.

Op het water houden de schippers het hoofd juist koel: motor wijkt keurig voor zeil, een opgestoken hand naar elke boot die passeert. Op de veranda van de Koninklijke Watersportvereniging nippen traditionele platbodemzeilers van hun drankje.

 

 

Toeristen bij wie het geld minder lang in de familie is, bestellen rosé op het terras van een loungebar. Met een schuin oog op hun boot, maar vooral op de andere bezoekers. Wij Oud- Loosdrechters kijken daar glimlachend naar, want bij ons doen we als we gewoon doen al gek genoeg. En maakt het niet uit wie je bent of wat je doet. Bankdirecteur en stukadoor drinken hun biertje naast elkaar op het terras.

Fast forward: een gure vrijdag in december. Vroeg donker, koud. ’s Avonds trekken we ons terug in onze warme huizen. Of we luisteren in het zachte kaarslicht naar concerten in Het Lichtbaken of volgen daar een cursus. Over licht gesproken: vanaf oktober hangen er op verschillende plekken lichtornamenten die ons dorp in de donkere dagen prachtig verlichten. En we spelen bridge aan de dijk. Aan de bridgetafels van Robberse Eiland tot Rosa’s Cantina vechten we als leeuwen om de winst, maar de prijzenpot gaat naar Robinson Crusöe-eiland.

In onze aderen stroomt water, we zijn geworteld in het veen en leven in het ritme van de seizoenen. In de zomer staat Oud-Loosdrecht bekend als een chique, bourgondische watersportplek. In de winter is het er rustig en stil. Maar het hele jaar door zijn er activiteiten, bij clubs en verenigingen die we soms delen met onze buren in Nieuw-Loosdrecht. Maar toch zijn er duidelijke verschillen tussen onze dorpen. Sterker nog: die verschillen zitten hier letterlijk in de grond.

Toen de grond verdween, vonden we onze toekomst op het water

Wie ons dorp wil begrijpen, moet beginnen bij het water. Dat bepaalt al eeuwenlang wie we zijn en hoe we leven. Rond het jaar 1100 begonnen we samen met de buren in Nieuw-Loosdrecht het moeras te ontginnen. Daarna leefden we hier als boeren op de veengrond die we zelf hadden drooggelegd. Tot we in de zeventiende eeuw ontdekten dat we leefden op zwart goud: brandbare turf.

Het turfsteken pakte bij ons heel anders uit dan bij de buren. De veenlaag was hier veel dikker, liep door tot ver onder het grondwater. We wilden letterlijk geen geld laten liggen, dus trokken met baggerbeugels de natte smurrie van diep onder de waterspiegel omhoog. Dat veen lieten we drogen op smalle stroken land: legakkers. Maar die waren veel te kwetsbaar. Jaar in, jaar uit hapten herfst- en winterstormen de legakkers steeds een stukje weg. Langzaam groeiden die losse trekgaten aan elkaar en ons land veranderde in diepe plassen.

Waar ze in Nieuw-Loosdrecht na de turfperiode de ploeg gewoon weer in het zand konden zetten, was onze grond voorgoed vloeibaar. Onze boerderijen stonden aan een gigantische open plas. In onze stallen maakten koeien daarom plaats voor de opslag van visnetten. Achter de boerderijen trokken we de eerste houten vletten op de kant: we werden vissers, rietdekkers en vrachtschippers. En omdat we stevige boten nodig hadden, begonnen onze handigste timmerlieden al snel.

We leefden van het visnet, maar de kerk was ons vangnet

Hoewel, ‘al snel’? Dit gebeurde allemaal natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Het duurde ruim twee eeuwen, waarin ons dorp veranderde met elke meter die we afgroeven. Dat dwong ons dicht op elkaar, op de weinige droge grond die nog over was. We woonden rond de werven aan de waterkant. En als schipper werden we ineens nog veel afhankelijker van de seizoenen dan we als boer waren geweest. Maar het was ook bevrijdend: we waren voortaan eigen baas op het open water, leerden varen op ons eigen kompas en lieten ons door niemand vertellen wat we moesten doen.

Al gold dat zeker niet voor ons allemaal. Er ontstond een groot verschil tussen een handvol rijke werfeigenaren en de honderden gewone gezinnen in ons dorp: dagloners en vissers die elke dag moesten knokken voor een paar stuivers. Die armoede werd in de achttiende eeuw zelfs zó erg, dat dominee Joannes de Mol ingreep. Onze kerk was echt ons vangnet: als we in de winter het water niet op konden, kwam er geen cent binnen. Dan dreigden we te verhongeren, dus deelde de kerk brood uit of regelde ze werk. De Mol deed dat door recht tegenover een porseleinfabriek uit de grond te stampen. Die heeft relatief kort bestaan, maar was wel succesvol: ons unieke, beschilderde porselein werd wereldberoemd.

Het water waar we visten werd ontdekt door toeristen, en dat versnelde onze groei

Rond 1900 sloeg alles om. Toen rijke Amsterdammers en Gooiers onze plassen ontdekten om te ontspannen, zag het ondernemende echtpaar Vlug een kans. Ze stopten met het zware visserswerk en begonnen roeibootjes te verhuren aan dagjesmensen. Dat sloeg enorm aan, en groeide uit tot de eerste jachthaven van ons dorp. Met die groeiende pleziervaart kregen we het eindelijk weer wat breder. We ontwikkelden jachthavens, badhuizen en het toerisme werd de motor van onze groei.

Maar in tegenstelling tot wat veel mensen denken, is toerisme al lang niet meer de kurk waarop ons dorp drijft. Dat is niet zo gek, want toen de watersport groeide, moesten we ook steigers bouwen, villa’s onderhouden en boten repareren. Onze timmerlieden ontwikkelden zich tot sterke lokale bouwbedrijven. Onze bevolking vergrijsde langzaam, en dat leverde banen op in de zorg. En maakte prachtige initiatieven mogelijk, zoals het eerdergenoemde Robinson Crusöe-eiland: een watersporteiland voor mensen met een beperking. Tel daar een hecht netwerk van eigenwijze zzp’ers bij op, en je snapt waarom de echte motor van ons dorp allang niet meer alleen op toeristen draait.

We hebben korte lijntjes en wie zich actief inzet, nemen we snel op in onze gemeenschap

Al die ondernemers zijn belangrijk voor ons sociale leven. Als we geld inzamelen voor een koor of als er materiaal nodig is voor de Gondelvaart, dan lopen we gewoon binnen bij een ondernemer op de dijk. Die zegt altijd ja, omdat hij hier zelf ook woont en hart heeft voor het dorp. En die loyaliteit werkt twee kanten op. Wij willen actieve ondernemers, de ondernemers willen een actieve gemeenschap. Dus dat maken we samen. We gunnen onze ondernemers dus ook onze klandizie, juist omdát ze iets terugdoen voor ons allemaal. En veel van ons zetten zich in als vrijwilliger. Ook al zijn wij Oud-Loosdrechters wat stugge mensen, iets doen voor een ander zit diep in ons DNA. Dat hebben we gevormd vanaf de tijd dat we als arme overlevers echt op elkaar waren aangewezen. En die korte lijntjes hebben we nog steeds.

Al beginnen we wel verschillen te zien. Meer dan de helft van ons dorp is ‘import’. En sommige van die nieuwe bewoners, in hun grote huizen aan de waterkant, trekken zich liever terug achter hoge hekken en kiezen een anoniemere rol in het dorp. Dat is prima. Maar wie zich actief inzet, die nemen we snel op in de gemeenschap. En zodra we samen de Buddyloop organiseren of we met z’n allen bij de historische ijsclubs op het ijs staan, maken al die verschillen niet meer uit.

Wat we willen beschermen en versterken

We zijn trots op ons Natura2000- gebied, waar we ons actief voor hebben ingezet en waarin flink is geïnvesteerd. Tegelijkertijd is zicht op het water niet meer voor iedereen vanzelfsprekend. We zien steeds meer projectontwikkelaars grond opkopen, om er een nieuwe villa met een hoog hek neer te zetten. En daar komt steeds iemand van buiten het dorp in wonen, een groot deel van onze oude families woont in de woonwijken aan de andere kant van de dijk en raakt het contact met het water kwijt. Dat zouden we graag anders zien: water is immers de kern van ons dorp.

En waar we relatief veel horeca hebben, zijn veel winkels verdwenen. Voor veel van zulke dingen moeten we naar de omliggende dorpen. Gelukkig is er de Albert Heijn, waar we altijd wel een praatje kunnen maken met een bekende. Het dorpscentrum versterken vinden we belangrijk. Over een centrum gesproken: Het Lichtbaken is een heel centraal punt in ons dorp. We organiseren er concerten, volgen er dansles, zien er tentoonstellingen en bakken er porselein. Op het kerkplein voor het Lichtbaken komen we samen voor bijeenkomsten van de bewonersverenigingen of bezoeken we de kraampjes van de Kerstmarkt.

Ten slotte is ons dorp een beetje een ‘lappendeken’, en zijn sommige plekken slecht onderhouden. En dat maakt ook dat mensen zich er minder aantrekken van anderen. Te hard rijden, rommel niet opruimen, noem maar op. En dat doen we zelf ook, he? Dit gaat niet alleen over toeristen. Wat die laatsten betreft: natuurlijk weet je als je hier woont dat het heel druk kan zijn. Dat accepteren we. Maar de files, parkeerproblemen en hard rijdende auto’s in de zomer kunnen wel wat too much zijn. Zeker als onze veiligheid en leefbaarheid eronder lijden. Meer parkeerplekken op piekdagen, bijvoorbeeld met een transferium, dat zou echt heel veel oplossen.

Tot slot: ons advies voor de nieuwe gemeente

In één zin: minder rem, meer kwaliteit. Wij willen vrijheid om te ondernemen. We willen liever niet meer gedoe. Exploitatieplannen, veiligheidsplannen? We snappen het, maar vraag niet onnodig uitgebreide plannen. Investeer liever in capaciteit om met ons sámen te werken. In de herinrichting van onze straten, zodat elkaar ontmoeten makkelijker wordt en zicht op het water weer voor ons allemaal vanzelfsprekend is. En kom ons alsjeblieft niet vertellen hoe dingen moeten gaan. Heb je plannen? Laten we praten. Vraag hoe je kan helpen, en wat in het verleden al heeft gewerkt. Benut onze kennis en onze expertise. Dan zul je zien: we komen er altijd uit. En samen maken we ons dorp nog mooier.

Arie de Kloet

Mijn leven is onlosmakelijk verbonden met Loosdrecht. Ik ben opgegroeid in Oud-Loosdrecht en woon nu in Nieuw-Loosdrecht. Door de jaren heen heb ik verschillende rollen vervuld.

Ik begon als huisschilder, maakte later de overstap naar de uitvaartverzorging en was daarnaast maar liefst 32 jaar actief als vrijwilliger bij de brandweer. Daar ben ik, met de benen in het bluswater, doorgegroeid tot leidinggevende van de bluseenheid. In al die functies stond voor mij één ding centraal: iets betekenen voor andere mensen.

Met elkaar maken we ons dorp leefbaar

Loosdrecht is een bijzonder dorp met een rijke geschiedenis. Wie het gebied van bovenaf bekijkt, ziet een opvallende hoefijzervorm. Die vorm is ontstaan door de ontginning van het landschap vanuit de Drecht. Nog altijd zijn de sporen daarvan zichtbaar in het karakteristieke slotenpatroon dat als een ster door het gebied loopt. Ook op de landerijen kom je de geschiedenis letterlijk tegen. Wanneer het land net is geploegd, zijn soms nog scherfjes aardewerk en oude pijpenkoppen te vinden, afkomstig van het stadsafval dat vroeger vanuit Amsterdam hier terechtkwam. Rond 1900 brak een nieuw hoofdstuk aan voor Loosdrecht. Met het verhuren van een paar bootjes ontstond een nieuwe economische pijler: toerisme en watersport. De Loosdrechtse Plassen groeiden uit tot een geliefde bestemming en nog steeds bepalen recreatie, water en natuur in belangrijke mate het gezicht van het dorp.

Waar ik echter het meest trots op ben, is de gemeenschapszin. Het zijn de mensen die Loosdrecht maken tot wat het is. Vrijwilligers, verenigingen, culturele en religieuze organisaties, sportclubs zoals de ijsclubs en Stichting SLOEP zorgen samen voor een levendig dorp. Zij vormen de basis waarop de gemeenschap drijft. Die saamhorigheid heb ik ook sterk ervaren tijdens mijn jaren bij de brandweer: samen de schouders eronder zetten, klaarstaan voor mensen in nood en iets voor een ander willen betekenen. Juist dat maakt een dorp krachtig.

 

 

 

Meer lezen?

Bekijk alle dorpscv's (pdf, 61.2 mb)

Bekijk de andere dorpscv's (tekst):

 

Over dit platform

Gemeente Hilversum en gemeente Wijdemeren gaan samenvoegen vanaf 1 januari 2027. Op dit platform vind je alle informatie over deze gemeentelijke herindeling. Daarnaast kun je via dit platform op verschillende momenten meepraten of reageren (een zienswijze insturen).

 

Contact

Heb je vragen over de samenvoeging?

Telefoon 14035
wijdemeren@hilversum.nl

Aanmelden voor de nieuwsbrief

 

 

 

Cookie-instellingen