We zijn zelfstandig én betrokken: ieder z’n eigen postzegel, maar samen het dorp op stelten
Een Donald Duck, een plattegrond van de Efteling en een lok haar. Een brief aan jezelf-over-twintig-jaar. Ruim tweeduizend basisschoolleerlingen, ouders en grootouders uit ons dorp beschreven samen wat vrijheid vandaag voor hen betekent. En wat ze wensen voor de toekomst. Hun brieven gingen in zevenhonderd tijdscapsules en werden begraven bij ons herdenkingsmonument aan het Jaap Zeldenrijkplantsoen. Op 5 mei 2045, als we 100 jaar vrijheid vieren, maken we de capsules open.
Dat er zoveel mensen meededen, is geen uitzondering. Want elk jaar staan we met dodenherdenking met honderden mensen bij dit monument. Dat is een goed voorbeeld van onze dorpsaard. Want het is hier ons kent ons. We groeten elkaar, letten op elkaar en weten elkaar te vinden als dat nodig is. Toch is dat niet dwingend, niemand moet meedoen. We laten ons sowieso niet snel dingen opdringen. Liever pakken we de dingen zelf op. We zijn recht door zee, nuchter en toch lekker eigenwijs. In twee woorden? We zijn zelfstandig én betrokken: we leven op onze eigen postzegel, maar tijdens de XL-Feestweek zetten we met z’n allen het dorp op stelten.
Wat dat ‘met z’n allen’ betreft: de feestweek is voor héél Loosdrecht. Maar Loosdrecht is niet één dorp. Ons dorp (Nieuw-Loosdrecht) en dat van de buren (Oud-Loosdrecht) zijn behoorlijk verschillend. En dat gaat ver terug.
Door de eeuwen heen was het boerenbestaan onze basis
Wie aan ‘Loosdrecht’ denkt, denkt vaak gelijk aan de plassen. Maar in ons deel klopt dat beeld niet. Dus als je ons dorp wilt begrijpen, is geografie net zo belangrijk als geschiedenis. Want ons dorp en ons karakter zijn door beiden gevormd.
Dat begon rond 1100, toen we ons moerassige gebied gingen ontginnen. We groeven sloten waardoor het water wegliep en de vruchtbare veengrond droog kwam te liggen. Wij leefden van veeteelt en akkerbouw. Vijf eeuwen later ontdekten we dat onze grond veel geld waard was, als brandstof. Maar de vervening ging er bij ons wel anders aan toe dan bij de buren.
Want doordat de veenlaag bij ons dunner was, bleef er aan onze kant in plaats van diepe plassen een stevige zandbodem over. Dus toen rond 1850 de turfwinning stilviel, konden wij terugvallen op ons vertrouwde boerenbestaan.
Maar dat ging niet vanzelf. Want die zandbodem was verwaarloosd en veel minder vruchtbaar. En dat veranderde ook wie het voor het zeggen had in ons dorp. Want alleen de families die in de goede tijd geld opzij hadden kunnen zetten, konden het betalen om de grond weer op te lappen. Ze kochten ook de grond van armere families op. De rest van ons dorp verloor zo grond én werk. Waren we ooit zelfstandige turfstekers, nu moesten we als dagloner aan de slag bij de grote boerenbedrijven.
Met de groei van ons dorp veranderde onze manier van samenleven
Met de verkoop van het vlees en de melk van hun koeien aan de snelgroeiende steden in de buurt verdienden de grote boerenbedrijven veel geld. Dat maakte ruimte voor nieuwe dingen in ons groeiende dorp. Nu was er voldoende te doen voor een dokter en behoefte aan een christelijke school. En de rijke boerenfamilies? Die hadden vrijwel alle touwtjes in handen. Ze zaten in het gemeentebestuur en in de kerkenraad van de Sijpekerk.
Toch bleken we ook toen al een eigenwijs volkje: een deel van ons vond dat de kerk te ver moderniseerde. In de loop der jaren groeide de onvrede, tot een kleine groep gezinnen een eigen, gereformeerde kerk oprichtte. Die groeide in de jaren daarna vrij hard. Hoewel er nu twee kerken waren, leidde dat overigens niet direct tot grote verdeeldheid in ons dorp.
En vanaf de jaren 60 vielen de zuilen langzaam om, en bepaalden ook in ons dorp de dominees en notabelen niet langer hoe we ons leven inrichtten. Dat werd versterkt toen we nieuwe wijken bouwden, waar ook mensen van buiten het dorp kwamen wonen. Die hadden al helemaal niets met de oude dorpse gewoonten en verhoudingen. En mengden zich soms wel en soms ook liever niet in het dorpse leven. Maar over de hele linie bleven we elkaar graag opzoeken bij buurt- en sportverenigingen.
In ons kleine dorp hebben we bijna alles bij de hand - of in de buurt
En zo gaat dat vandaag de dag nog steeds. Langs de rand van ons dorp ligt het centrum van ons sociale leven: Cafetaria De Schakel. Dat doet z’n naam eer aan: het is dé plek waar we elkaar tegenkomen. Waar we samen de dag beginnen met een kop koffie, tussen de middag een broodje eten en tussendoor een snackje halen.
Terwijl we ondertussen uitgebreid de toestand in de wereld bespreken, en natuurlijk die in ons dorp in het bijzonder.
We komen elkaar ook tegen bij de bibliotheek: we lezen er de krant, drinken er koffie en er is een taalcafé. En ook voor onze jongeren is dit een belangrijke plek: je kunt er gamen! Maar eerlijk is eerlijk: verder is voor hen relatief weinig te doen. Soms kraken ze zelfs een oude loods om in te chillen, compleet met wifi-verbinding. Dat laatste is overigens geen schering en inslag, hoor, maak je geen zorgen.
Nee, dan speelt sport een belangrijkere rol in hun leven. En dat geldt niet alleen voor onze jongeren. SV Loosdrecht groeide sinds 1969 uit tot dé sportieve ontmoetingsplek van het dorp. Op Sportpark Hallinckveld is het na de renovatie van de tennisbanen van TV Loosdrecht en de toevoeging van de padelbanen drukker dan ooit. En we hebben in ons dorp dan wel geen open water zoals bij de buren: zwemmen en schaatsen kunnen we wel. Bij ons leren alle kinderen schaatsen bij het jeugdschaatsen, zoals uiteraard ook alle kinderen leren zwemmen. Dat tweede doen we in het Walderveenbad, het eerste bij IJsclub Loosdrecht, waar we zodra het vriest de landijsbaan klaarmaken. Over water gesproken: qua natuur zijn we rijker dan de dorpen om ons heen, want we hebben plassen, bos én heide op een steenworp afstand.
Wat winkels betreft: aan de Nootweg kunnen we terecht voor onze dagelijkse boodschappen, is er een drogist en een bakker. We kopen er onze tuinbank, een boek dat we kunnen lezen als we daarop liggen of gordijnen die we dicht kunnen doen als we de zon helemaal niet willen zien. Een fiets, een jurk of een bloemetje vinden we er ook. En willen we meer? Geen probleem, dan rijden we even naar Hilversum. Trouwens, rijden? Dat kan, maar het OV is hier prima en ook daarmee ben je er zó.
Nieuw-Loosdrecht maken we sámen - maar als je niet meedoet, merk je dat minder
Nou noemden we De Schakel hierboven het centrum van ons sociale leven, en tot op zekere hoogte klopt dat ook wel, maar het échte centrum is natuurlijk het verenigingsleven en de activiteiten die we samen organiseren. Dat gebeurt negen van de tien keer vanuit Stichting SLOEP, waarbij uit ieder gezin in ons dorp minstens één gezinslid actief is als vrijwilliger. Dat kan zijn tijdens de feestweek of op de drukbezochte Jaarmarkt op de Nootweg. Tijdens de sfeervolle kerstnacht op het Lindeplein of bij de feestelijke intocht van Sinterklaas. De viering van Bevrijdingsdag wordt volledig door vrijwilligers georganiseerd, en dat is hier een hele happening. We komen met Dodenherdenking met honderden samen, maar zijn de volgende dag ook met velen bij elkaar om de vrijheid te vieren. De eerste editie van de Vrijheidswandel2daagse was bijvoorbeeld een groot succes. En ook ons twintigkoppige brandweerkorps bestaat volledig uit vrijwilligers. Je ziet: onze bereidheid iets voor ons dorp en voor elkaar te doen, is de kurk waar ons dorp op drijft.
Waarbij we eerlijk is eerlijk wel merken dat de wereld, en dus ook ons dorp, wat meer op zichzelf gericht raakt. Het wordt wel moeilijker om vrijwilligers te vinden. Maar zoals we ook al eerder zeiden: niemand is verplicht om mee te doen. Alleen wordt iemand die hier komt wonen en zich inzet heel snel een van ons. Wie dat niet doet, groeten we vriendelijk en een praatje kan altijd. Maar als je zelf geen actie onderneemt, komt er ook weinig op je af. En dan kan het gebeuren dat mensen zich soms na jaren nog steeds geen ‘echte Loosdrechter’ voelen.
Wat we willen beschermen en versterken
We zien natuurlijk ook wel wat dingen waar we ons zorgen om maken. Kleine winkeliers verdwijnen, jongeren gaan naar Hilversum omdat er hier niets te doen is buiten de feestweek. En vooral verkeersveiligheid en de kwaliteit van de straten en pleinen zijn zorgelijk: we zien veel slechte wegen en plekken waar auto’s te hard rijden, zoals bij het kruispunt bij de Boni.
Wat fijn is, is dat er veel nieuwbouw is gerealiseerd. Maar het sluit niet altijd aan bij wat we nodig hebben. Nieuwe woningen zijn eigenlijk veel te duur of niet geschikt voor starters. En ook niet voor ouderen die kleiner willen wonen, en zo plek kunnen maken voor jonge gezinnen die door kunnen stromen. Dus moet er meer balans in de woningbouw komen, zodat jong én oud een nieuwe plek in ons vertrouwde dorp kan vinden.
En ten slotte willen we onze saamhorigheid in stand houden, zonder dat we mensen dingen gaan opleggen. Vrijwillig blijft vrijwillig: mensen zijn en blijven vrij om wel of niet mee te doen. Maar we vinden het boven alles belangrijk dat we ideeën vanuit de gemeenschap kunnen blijven faciliteren, uitvoeren en stimuleren.
Tot slot: ons advies voor de nieuwe gemeente
We zeiden al dat het belangrijk is om de geografie én de geschiedenis van ons dorp goed te snappen, als je ons wilt begrijpen. Dat komt omdat het nog altijd doorwerkt in ons dagelijks leven.
Laten we het iets duidelijker maken: we zijn geografisch nog altijd heel nauw verbonden, en dat merk je in hoe we samenwerken met de gemeente. Geef elk dorp de aandacht die het nodig heeft, en leg uit welke keuzes je daarin maakt of moet maken. Dat scheelt gewoon echt weerstand. Er gebeurt hier al heel veel, en het is fijner als je dat kunt faciliteren dan dat we te maken krijgen met nieuwe regeltjes of ingewikkelde voorwaarden. En word je als gemeente uitgenodigd om ergens over te praten, dan ligt daar een grote kans. Als je een uitgestoken hand aanneemt óf een hand uitsteekt, dan kom je hier heel ver. En heb je een plan of idee? Negen van de tien keer hebben we er al ervaring mee, of er in elk geval zelf ook ideeën over. Dus ook dan: laten we praten, zodat je onze kennis kunt benutten. Samen komen we verder

Nico van Kooi
Ik woon nu 10 jaar in Loosdrecht; tot mijn 21e heb ik hier gewoond, daarna ben ik 20 jaar weggeweest. Toen het mogelijk werd, ben ik met mijn vrouw en kinderen teruggekomen.
Mijn hele familie woont nog steeds binnen een straal van ongeveer 1200 meter. Veel mensen kennen mij trouwens niet direct van naam, maar wel als de Kerstman. Veel mensen weten dat de Kerstman hier woont.
Als mensen hier samenkomen, zie je hoe sterk verbonden we zijn
Wat Nieuw-Loosdrecht typeert? Dat we het met elkaar maken. Een van de kernwaarden van dit dorp is dat inwoners zélf initiatief nemen. Iedereen leeft op zijn eigen postzegel, met soms steeds hogere heggen, maar tegelijkertijd is iedereen op een bepaalde manier verbonden. Ik noem dat weleens “individuele saamhorigheid”. Ik ben ik en ik heb mijn eigen postzegel, maar ik ben best bereid om uit die postzegel te stappen.
Van buitenaf kijken mensen vaak naar het water, de recreatie en de bekende Nederlanders. Maar dat is de buitenkant. De binnenkant bestaat uit een sterk en divers verenigingsleven. Als jij je inzet voor het dorp, dan adopteert het dorp je snel. Maar als jij geen actie onderneemt, komt er ook geen actie. Zo simpel is het.
Daar ben ik trots op. Op mensen die samen dingen ondernemen. Op initiatieven die vanuit inwoners zelf ontstaan. Voor mij zit Nieuw-Loosdrecht ook in het water, de restaurants en het geluid van touwen die tegen masten tikken. Maar misschien nog wel meer in de momenten waarop mensen samenkomen. Zoals bij de Dodenherdenking, waar honderden mensen op afkomen. Dan zie je hoe sterk die verbondenheid eigenlijk is.
Voor de toekomst hoop ik dat we dat vasthouden. De kloof tussen sociale betrokkenheid en individualisering wordt groter. Met de fusie is het belangrijk dat de waarden van het dorp niet verloren gaan. Ik geloof niet dat de overheid alles moet regelen. De gemeente faciliteert, de gemeenschap organiseert en motiveert. Zolang dat samenspel blijft bestaan, blijft Nieuw-Loosdrecht een mooie plek.
Meer lezen?
Bekijk alle dorpscv's (pdf, 61.2 mb)
Bekijk de andere dorpscv's (tekst):