We gaan hier relaxt met elkaar om, maar laten elkaar niet vallen
“We’re gonna rock around the clock tonight! We’re gonna rock, rock, rock, ’till broad daylight!” Vanuit De Fuik golft Bill Haley’s scheurende gitaar de Zuidsingel op. Binnen geen vetkuiven en petticoats, maar jivende lijven en hossende haren in vijftig tinten grijs.
Van swingende senioren tot ondernemende ouders en hun stuiterende spruiten: van welke leeftijd we ook zijn, in Kortenhoef hebben we veel energie. Er gebeurt van alles. En we zoeken elkaar graag op. Tegelijkertijd gaan we relaxt met elkaar om. We lopen de deur niet bij elkaar plat en geven elkaar de ruimte. We verplichten niemand overal aan mee te doen, gaan onze eigen gang.
Maar als puntje bij paaltje komt, laten we elkaar nooit vallen. Is er nood aan de man? Dan staan we er. Meteen. Er zijn voor elkaar zit ons in het bloed.
Wij hebben onszelf door de eeuwen heen telkens opnieuw uitgevonden
Hoe het hier vroeger ging, vormde wie we vandaag zijn. Eeuwenlang groeven we de grond af voor de turf. Maar toen het veen opraakte, moesten we onszelf opnieuw uitvinden. Echte industrie hadden we niet. Bovendien hadden wij Kortenhoevers van nature geen zin om voor een baas te buigen. Zolang het kon, hielden we koppig onze eigen broek op. Vissen, rietsnijden en maaien van ruigt: stug poldergras waar we zelf niets mee konden, maar dat goud waard bleek voor bollenkwekers in de kuststreek.
Toch bracht de polder alleen op den duur te weinig op. Toen de rijke Amsterdammers in ’s-Graveland hun buitenplaatsen begonnen te bouwen, ontstonden nieuwe kansen: hun vuile wasgoed hielp ons overleven. In ons buurdorp kwamen wasserijen en blekerijen. Daar gingen wij dan toch maar voor een baas aan de slag. Maar echte knechten werden we nooit: we hielden onze eigenwijze poldermentaliteit.
Dat zag je terug in de kerkbanken. We waren verdeeld tussen de protestantse gemeente aan de dijk en de katholieke Sint-Antoniusparochie. Die kerkgemeenschappen regelden de zorg en het onderwijs voor het dorp. Zo vormden ze samen de lijm die ons bij elkaar hield.
Ons dorp is letterlijk en figuurlijk schilderachtig
Onze kerken verbinden ons vandaag nog steeds, maar op meerdere manieren. Vroeger bepaalden ze het ritme van ons dagelijks leven. Vandaag zijn vooral het Oude Kerkje en de Oude School plekken op de dijk waar we genieten van muziek en kunst.
Dat we tegenwoordig juist daar cultuur opsnuiven, is eigenlijk heel logisch. Want die plekken trekken al heel lang creatievelingen aan. Al ons gezwoeg in de blubber leverde eeuwen later immers mooie plaatjes op. Rond 1880 ontdekten ook schilders als Paul Gabriël, Jan Hendrik Weissenbruch, Anton Smeerdijk, Bernard van Beek en Geesje. Mesdag-van Calcar dat. Ze werden verliefd op ons licht, onze kleuren en ons landschap. Ons Oude Kerkje aan de dijk werd het meest geschilderde kerkje van Nederland. En ons dorpsleven was voor hen het échte, rauwe Nederland. Dat legden ze graag vast op hun doeken.
We wonen op een unieke plek tussen water en woud
De oude schilders hadden gelijk: wij wonen op een unieke plek. In het oude dorp kijk je, langs het Oude Kerkje, over de slootjes en legakkers helemaal richting de Kortenhoefse Plassen. Vanuit de nieuwbouw fiets je in minder dan tien minuten naar de bossen van Hilverbeek, Boekesteyn of Land en Bosch. Die combinatie van water en bos heeft geen van onze buurdorpen zo sterk.
Zorgen voor de natuur is dan ook een belangrijk deel van ons leven. De Vereniging Waterrecreatie Kortenhoef zorgt voor de jachthavens, stranden en eilanden, maar ook voor de natuur rond de Wijde Blik. Terug op het droge brengt onze ecologische SamenTuin generaties bij elkaar. Hier kweken we groenten en kruiden, en leren we onze kinderen oogsten in het bijbehorende voedselbosje. En bij volkstuinvereniging De Oude Stee gaan we in 160 tuinen ‘back to basic’. Zonder vaste aansluitingen op riool, water en stroom, bewerken we het land nog grotendeels met de hand. Net als vroeger doen we dat in het ritme van de seizoenen, en vooral: samen.
We hebben het beste van twee werelend: rust én alles bij de hand
Maar in ons dorp is er meer dan natuur. We hebben het beste van twee werelden: de rust van een polderdorp en tegelijkertijd hebben we alles bij de hand. Onze dagelijkse boodschappen doen we in De Meenthof, bij de supermarkt, de traiteur, warme bakker of wijnhandel. Onze kinderen ontdekken de wereld op de Curtevenneschool, De Regenboog en de St. Antoniusschool. Na schooltijd kunnen ze hun energie kwijt bij de waterscouting, buitenspelend in de buurt of bij Speeltuin De Eekhoorn.
We werken aan onze conditie bij SV ’s-Graveland, tennisvereniging Westerveld of bij een van de vele clubs en verenigingen die actief zijn in sporthal De Fuik. We nemen elkaar in de houdgreep bij judoschool Ryu, senioren blijven vitaal door gymnastiek bij Sportivo. De 5, 10, 15 of 20 kilometer hardlopen bij de Driedorpenloop houden we vol dankzij alle aanmoedigingen en muziek langs het parcours. En al zijn de turn- en volleybalvereniging al 33 jaar aparte clubs, ODIS is sinds 1930 de naam voor een salto én een smash. Smashen doen we trouwens ook met shuttles, maar dan bij badmintonvereniging De Treffers. Minstens zo fanatiek zijn onze postduivenhouders bij De Plassenjagers, al zijn het daar de duiven zelf die sportieve werk doen.
Al die verschillende winkels, clubs en ontmoetingsplekken zijn het sociale hart van ons dorp. Hier komen we elkaar tegen en maken we van ons dorp een gemeenschap.
We letten op elkaar en doen graag dingen voor een ander
En in die gemeenschap letten we graag een beetje op elkaar. Bijvoorbeeld via ons klusteam dat al twintig jaar gratis kleine klusjes opknapt, maar ook altijd klaarstaat voor een praatje. Bij de Toffe Peren koken vrijwilligers voor ouderen, bij Buurtkamer 3d organiseren we leuke activiteiten zodat niemand zich alleen hoeft te voelen.
Over leuke dingen doen gesproken: we houden van onze tradities en feesten. Bij de tweewekelijkse bingo riep Riet ruim 25 jaar trouw de getallen om. En al 90 jaar voeren we bij toneelvereniging DSO in Cultureel Centrum De Blinker minimaal twee stukken per jaar op. Spel, decorbouw, techniek én het onderhoud van het gebouw zijn in handen van vrijwilligers. Tijdens de KUD-quiz (Ken uw dorp-quiz) strijden tientallen teams om de eer: wie weet het meeste over ons dorp? In mei hebben we de Veemarkt en in september het Nederlands Kampioenschap Palingroken. Daar komen duizenden mensen op af, ook van ver buiten Kortenhoef. Maar het dak knalt er pas écht af tijdens de Koningsdagfeesten. Of in het carnavalsweekend, waarbij De Turftrappers het dorp op stelten zetten.
Al die clubs, initiatieven en feesten zijn alleen mogelijk omdat een aantal van ons hun avonden en weekenden inzetten om ervoor te zorgen dat anderen het naar hun zin hebben. We zéggen hier niet alleen dat we graag iets voor elkaar willen betekenen, maar laten dat elke dag zien.
Wat we willen beschermen en versterken
We zijn dus trots op de energie in ons dorp, maar die dynamiek blijft niet vanzelf bestaan. Om te beginnen, merken we dat het lastiger wordt om alles draaiende te houden. Zo bestaat ons klusteam nog maar uit vier man, allemaal al flink op leeftijd. En hoewel ze nog altijd dapper de mouwen opstropen, houden ze dat natuurlijk niet eeuwig vol. Dat geldt voor heel veel activiteiten: de mensen die de spil vormen worden ouder, en er is niet meteen opvolging. Nieuwe vrijwilligers vinden is echt lastig. Dat is absoluut geen onwil, maar jongere generaties hebben de tijd simpelweg niet altijd: ze zijn meer op reis of hebben jonge kinderen die aandacht vragen.
Ook zien we dat er verschillende hechte subgroepen zijn, die onderling een sterke band hebben, maar minder met de rest van het dorp. Daardoor zijn we niet helemaal één gemeenschap. Dat is zonde. Bovendien is ons sociale leven versnipperd over verschillende locaties, die langzaam maar zeker tegen hun grenzen lopen. Prachtige plekken als de Oude School en De Dodaars zijn te krap om alle clubs en initiatieven te herbergen. Sporthal en sportcafé De Fuik zijn goud waard als centrale plek voor evenementen, maar hun capaciteit is niet onbeperkt. Een centraal dorpshuis zou als aanvulling meer ruimte bieden voor al die initiatieven. En misschien de verbinding tussen álle netwerken in ons dorp kunnen stimuleren.
Daarbij zou onze horeca ook een rol kunnen spelen. Voor een uitgebreid diner gaan we naar Brasserie Geesje aan de dijk en Docks of Ottenhome aan het water. Maar een laagdrempelige zaak waar je ook overdag binnenloopt voor een snelle hap of een bakkie koffie hebben we alleen in De Meenthof. En al is dat een fijne plek, een extra ‘stamtafel’ in het dorp zou ons nog meer kunnen verbinden. Sowieso is er ook voor de jeugd geen ‘honk’ meer, en is er na de sluiting van de verpleegafdeling van Veenstaete ook voor ouderen minder plek. Onze oude dag buiten het dorp doorbrengen, dat zien we niet zitten!
Ten slotte: het staat hier heus niet de hele dag vast, maar al dat doorgaande verkeer wordt wel vervelend. Op de dijk rijdt het veel te hard. We maken ons zorgen om de veiligheid. Hier moeten we samen op de rem trappen.
Tot slot: ons advies aan de gemeente
We hadden het al over onze eigenwijze poldermentaliteit. We regelen onze zaakjes zelf en houden graag de regie: regels van bovenaf werken averechts. Maar we kunnen het niet alleen. Als we Kortenhoef lee£ aar en energiek willen houden, vraagt dat om hulp bij prioriteiten. Dat dorpshuis, laagdrempelige horeca. En vooral: behoud van alle grote festiviteiten. Een structurele oplossing voor de verkeersdruk. En betaald parkeren is hier uit den boze. Het feit dat je hier nu nog overal gratis en makkelijk kunt parkeren, houdt onze voorzieningen juist toegankelijk.
En in de kern is het simpel: we praten graag mee zodra er een plan op tafel ligt dat ons dorp raakt. Neem onze lokale kennis serieus en gebruik onze input écht. Alleen op basis van gelijkwaardigheid en overleg, bijvoorbeeld met een stichting voor en door inwoners, bouwen we samen aan onze toekomst.

Madelinde Winnubst
Ik ben een van de initiatiefnemers van Buurtkamer 3d. We hadden vroeger een multifunctioneel centrum bij het winkelcentrum, maar dat is verkocht. Toen was er eigenlijk niks meer.
In mijn werkende leven heb ik veel kunnen leren, ik wilde graag iets terugdoen. Mijn idee was om te starten met een huiskamer in de buurt. Langzamerhand is dat verder ontwikkeld tot een stichting: Buurtkamer 3d, een buurtkamer voor de drie dorpen Kortenhoef, ’s-Graveland en Ankeveen. Hoe fijn is het dat je andere mensen een plek biedt waar zij hun eigen ding kunnen doen?
Bewoners voor bewoners, dat is het idee
Buurtkamer 3d is er voor alle mensen die het leuk vinden om dorpsgenoten te ontmoeten. Het hangt af van je interesse, maar de meeste mensen komen regelmatig terug. Voor degenen die moeilijk rond kunnen komen zijn er allerlei producten die ze mee kunnen nemen, hun spullen laten maken, haken, een boek lenen, maar ook gewoon een praatje maken. Het gros komt uit Kortenhoef. Maar er komen ook mensen uit ’s-Graveland of Ankeveen, en zelfs uit Loosdrecht of Nederhorst den Berg langs. Als het niet is om hun kleding te brengen, dan is het omdat ze het leuk vinden om mee te doen aan een activiteit. Zo kun je elkaar uiteindelijk allemaal helpen. Bewoners voor bewoners, dat is het idee.
Ik denk dat de binding tussen bewoners staat of valt met elkaar ontmoeten. Daar heb je een plek voor nodig. Dat hebben we hier. Het is klein, maar fijn. In onze dorpen heb je weinig voorzieningen.
Mensen zijn hier ook niet zo gewend aan een plek als de Buurtkamer 3d. Maar we werken wel dat het steeds meer een goede snaar raakt. Mensen blijken er echt behoefte aan te hebben.
We hebben meegemaakt dat een ontmoetingsplek verdween. Dan zie je dat groepen elkaar nog wel tegenkomen, maar dat er geen verbinding is tussen mensen. Dat is ongelooflijk jammer. Juist daarom is het nodig dat er een plek blijft waar allerlei mensen elkaar kunnen ontmoeten. Een duidelijke ontmoetingsplek voor alle dorpsbewoners. Dat is in de toekomst zeker nodig.
Meer lezen?
Bekijk alle dorpscv's (pdf, 61.2 mb)
Bekijk de andere dorpscv's (tekst):